Vereniging in beeld

"Mensen beseffen niet wat leven in armoede mentaal met je doet". Dat zeggen drie kranige vrouwen bij De Schakel in Puurs.

Lees meer over onze verenigingen
Vereniging in beeld

Doe een gift

Actie

Concreet plan van aanpak nodig voor zorgvragen op school

Naar aanleiding van het rapport van het departement Onderwijs en Vorming over het ondersteuningsmodel, wil het Netwerk tegen Armoede  een bezorgdheid onder de aandacht brengen die de laatste maanden is gegroeid vanuit ons beleidswerk met mensen in armoede rond ‘zorg’ in het onderwijs.

Uit de eerste ervaringen met de ondersteuningsnetwerken blijkt dat deze netwerken vragen krijgen om zorgtaken op te nemen die in het continuüm vallen onder verhoogde zorg – zorg/ondersteuning dus die de school zelf moet kunnen bieden. Het feit dat de netwerken deze vragen krijgen, is alarmerend om een aantal redenen: scholen weten blijkbaar niet welke ondersteuningsnoden door hen moeten beantwoord worden, of ze hebben niet de tools om deze ondersteuning te bieden.

Bovendien nemen de netwerken dit niet op aangezien zij andere taken hebben, waardoor de zorgvraag onbeantwoord blijft.
Het Netwerk tegen Armoede wordt betrokken bij verschillende dossiers en we zijn daar uiteraard blij mee. Tijdens recente overleggen zagen en hoorden wij het belang van het zorgbeleid op school steeds terugkomen. Hiernaar wordt verwezen in het kader van de hervorming van de leerlingenbegeleiding, uiteraard, maar ook in het dossier duaal leren, het M-decreet, en dus het ondersteuningsmodel. Zelfs als we naar projecten rond diversiteit kijken, stoten we hier vaak op: o.i. kan er immers geen echt goed zorgbeleid gevoerd worden, als er niet met de diversiteit van de leerlingenpopulatie rekening gehouden wordt.

Versnippering

De versnippering van de hervormingen die in het onderwijs worden doorgevoerd, leidt ook niet per se tot duidelijkheid bij scholen. Zo zullen ze bijvoorbeeld pas nadat het decreet over de hervormde leerlingenbegeleiding in voege is gegaan, verantwoordelijk zijn voor hun zorgbeleid, maar nu moeten wel al samenwerkingen zijn aangegaan binnen ondersteuningsnetwerken. Bij de armoedetoets op het decreet duaal leren kwam zeer sterk de nood aan begeleiding en ondersteuning naar boven (heel vaak zitten momenteel in de systemen leren & werken leerlingen met zorgnoden: gedragsproblemen, psychosociale moeilijkheden…) waarop als antwoord werd gegeven dat die ondersteuning de verantwoordelijkheid van de school zal zijn (met verwijzing naar het decreet over de leerlingenbegeleiding). (We stellen ons terzijde ook de vraag in hoeverre de begeleider op de werkvloer hierin geprofessionaliseerd zal zijn/is.) In het kader van het M-decreet merken we dat veel ouders buitenschoolse hulp moeten zoeken voor hun kind. Voor kwetsbare ouders is dit niet gemakkelijk, en de begeleiding door school en clb loopt zeker niet altijd van een leien dakje. Als zij dan ook nog te horen krijgen dat logopedie die op school wordt aangeboden, niet meer onder de derdebetalersregeling mag vallen, is dat nog een drempel naar inclusie erbij.

De rol van de school, van de individuele (zorg)leerkracht zelfs, blijkt in veel ervaringen erg bepalend. Maar een goed zorgbeleid zou niet daarvan alleen afhankelijk mogen zijn. Wij denken dat er dringend een zo concreet mogelijk plan van aanpak moet komen voor scholen, waarin zij ondersteund worden om een goed, compleet en gedragen zorgbeleid uit te werken, met aandacht voor alle noden die zich vandaag onverminderd stellen met betrekking tot inclusie, diversiteit, moderniseringen, gelijke onderwijskansen… Goede praktijken moeten worden opgespoord en er moeten tools worden aangereikt, en mankracht worden beschikbaar gesteld opdat (begeleiders van) scholen deze opdracht kunnen waarmaken. Anders dreigen alle positieve effecten van een aantal lopende hervormingen teniet gedaan te worden en zullen, alle goede bedoelingen ten spijt, de gelijke kansen in het onderwijs zeker niet toenemen – met alle gevolgen van dien, zéker voor de meest kwetsbare leerlingen.
Lees meer over onze acties

Contract leefloners zet deur open voor verplichte gemeenschapsdienst

19/12/2017
Het Netwerk tegen Armoede maakt zich grote zorgen over praktijken die we bij verschillende Ocmw’s zien opduiken en waar mensen met een leefloon ‘met zachte dwang’ naar gedwongen arbeid geduwd worden, onder het mom ‘voor wat, hoort wat’. De aanpak waarvan in andere landen, onder andere Nederland, al ruimschoots gebleken is dat hij niet werkt. Bovendien balanceren die praktijken op zijn minst op het randje van de wettelijkheid. Ze komen aan de oppervlakte sinds Ocmw’s alle leefloners een zogenaamd Geïntegreerd Project Maatschappelijke Integratie moeten voorleggen, een contract met voorwaarden om recht te hebben op een leefloon.
 
Eerst was er Geraardsbergen, dat trots aankondigde dat elke leefloner gemeenschapsdienst moet doen voor zijn uitkering. Nu blijkt dat men in Blankenberge en Koksijde voor dezelfde weg kiest. In Overijse benadrukt men dan weer dat het puur op vrijwillige basis gebeurt.
 
De wetgeving rond het zogenaamde GPMI (Geïntegreerd Project Maatschappelijke Integratie) is duidelijk. Mensen dwingen om vrijwilligerswerk te doen kan niet. Het kan enkel op vrijwillige basis. Uiteraard is die vrijwilligheid relatief wanneer iemand in een zeer kwetsbare situatie tegenover een maatschappelijk werker zit die hem al dan niet een leefloon kan toekennen. Dan kan die ‘zachte dwang’ soms heel zwaar doorwegen en echte dwang worden, uit vrees voor een schorsing of een stopzetting van het leefloon.
 
Los van twijfels over de wettelijkheid helpt dit mensen ook niet vooruit. De middelen en de tijd die geïnvesteerd worden in deze gemeenschapsdienst kan niet gaan naar begeleiding richting volwaardige tewerkstelling, met een echt loon en sociale bescherming. In het beste geval krijgen deze mensen een minimale vergoeding bovenop hun uitkering.
 
Daarmee komen we bij een ander teer punt. Leefloners kleren laten sorteren of sneeuw laten ruimen, dat dreigt reguliere tewerkstelling voor diezelfde kwetsbare doelgroep te vernietigen. De verleiding kan heel groot worden voor lokale besturen om te besparen op dienstverlening, bijvoorbeeld in de groendienst, en die te vervangen door gemeenschapsdienst. Een aanzienlijke besparing voor het lokaal bestuur, maar waardevolle jobs gaan zo wel verloren voor een kwetsbare doelgroep.
 
Waar we van bij het begin voor vreesden bij de invoering van het contract voor leefloners, blijkt nu meer en meer realiteit te worden. De verplichting om elke leefloner een contract te laten ondertekenen, dreigt in de praktijk uit te draaien op gedwongen gemeenschapsdienst in plaats van begeleiding richting duurzame, volwaardige tewerkstelling. Deze piste helpt niemand vooruit.
 
Nochtans hebben de Ocmw’s een aantal andere instrumenten in handen die leefloners wel op weg zitten richting volwaardige tewerkstelling of tewerkstelling op maat, zoals artikel 60 of werk via dienstencheques.
 
Het Netwerk tegen Armoede roept lokale politiek verantwoordelijken op om niet alleen de letter, maar ook de geest van de wetgeving op maatschappelijke integratie te respecteren en vrijwilligerswerk als vrijwillig te blijven zien. Wij roepen lokale besturen ook op om te investeren in begeleiding naar volwaardige tewerkstelling met volwaardige sociale bescherming. Dat zal veel meer impact hebben dan mensen vast te houden in gemeenschapsdienst onder al dan niet zachte dwang. Mensen hebben nood aan perspectief, via opleiding of werk. Het Netwerk tegen Armoede en zijn verenigingen waar armen het woord nemen zijn zeker bereid om hierover het gesprek aan te gaan met lokale besturen.

Blijf op de
hoogte

Via onze nieuwsbrief

Indien u via e-mail op de hoogte wenst te blijven, kan u zich hier inschrijven voor onze nieuwsbrief.

Via Facebook

Via Twitter