Nieuw huurgarantiefonds is stap in de goede richting

6/2/2019
Om uithuiszettingen tegen te gaan en tegelijkertijd verhuurders te beschermen tegen wanbetaling, wil de Vlaamse regering het huurgarantiefonds grondig aanpassen. Het huurgarantiefonds bestaat sinds 2014 maar bleek een maat voor niets. Het Netwerk tegen Armoede uitte bij de ontwikkeling en opstart van het fonds al haar bedenkingen, maar is nu voorzichtig positief over de voorgestelde hervormingen.

Het nieuwe huurgarantiefonds zou preventiever te werk gaan en meer waarborgen bieden aan zowel de huurders als de verhuurders. Zo moeten verhuurders zich niet langer aansluiten bij het fonds en  kan het fonds reeds tussenkomen voor de vordering tot uithuiszetting wordt ingeleid bij de vrederechter.  Het fonds kan al tussenkomen na een huurachterstal van 2 maanden. Deze positieve punten werden door het Netwerk tegen Armoede benadrukt in de armoedetoets op de ontwerpteksten. Ook de Vlaamse Woonraad steunt  in haar advies het voorstel.

Een centrale rol in het nieuwe huurgarantiefonds is weggelegd voor het OCMW. Het OCMW zal zowel de huurders als de verhuurders in het proces betrekken. Verder kunnen verschillende partijen bij het OCMW een aanmelding doen in geval van huurachterstal (huurder, verhuurder, sociale organisatie) maar moet de huurder wel expliciet op het aanbod willen ingaan. Het OCMW kan (een deel van) de huurachterstal van de verhuurder via tussenkomst van het fonds aanzuiveren en bekijkt met de huurder welke begeleiding en afbetalingsplannen mogelijk zijn. De drie partijen tekenen een overeenkomst.

Voor het Netwerk tegen Armoede is het belangrijk dat het sociaal onderzoek dat het OCMW moet voeren in het kader van de preventie van uithuiszettingen, een breed sociaal onderzoek is met aandacht voor verschillende aspecten in verschillende levensdomeinen. Daarnaast waarschuwen we ook voor mogelijke hulpverlening onder ‘dwang’. Afbetalingsplannen en begeleidingsovereenkomsten moeten haalbaar zijn. Mensen mogen niet onder druk staan om bij een nakende uithuiszetting eender wat te aanvaarden.  En wat zal er gebeuren indien het toch tot een uithuiszetting komt? Het lijkt ons in ieder geval een interessante piste om te bekijken of deze nieuwe procedure in het kader van het huurgarantiefonds kan dienen als verplichte voorafgaande verzoeningsprocedure.

Wij vragen in ieder geval om goed te communiceren over de nieuwe werking van het fonds ter preventie van uithuiszettingen en dit zowel naar verhuurders, huurders als naar sociale organisaties die met kwetsbare doelgroepen werken. Daarnaast vragen wij ook om de nieuwe werking goed te monitoren en te evalueren. Om de impact te kunnen meten hebben we nood aan cijfers over het aantal aanmeldingen, begeleidingen, afbetalingsplannen, de stabiele uitkomst, de uithuiszettingen, …  ons essentieel.
Tot slot willen we er nogmaals op wijzen dat er dringend nood is aan cijfers over het aantal effectieve uithuiszettingen in Vlaanderen. Die cijfers zijn er niet. Uit cijfers van de VVSG blijkt wel dat ongeveer 11.500 gezinnen in 2017 bedreigd werden met uithuiszetting.  In elk geval is elke uithuiszetting er een te veel.  Achter elke uithuiszetting schuilen menselijke drama’s.  Dit nieuwe huurgarantiefonds kan een  hele stap vooruit betekenen, maar blijft een reactieve maatregel. De beste preventie tegen uithuiszettingen blijft natuurlijk een betaalbare woning en een menswaardig inkomen.

De volledige armoedetoets van het Netwerk tegen Armoede kan u hier terugvinden.

Voor het advies van de Vlaamse Woonraad klikt u hier.