Sociale organisaties naar Raad van State tegen kosten justitie voor lage inkomens

17/12/2018
Sociale organisaties en advocaten vragen de Raad van State vandaag om twee besluiten te vernietigen die advocaten sinds oktober verplichten om bij het elektronisch neerleggen van documenten bij de rechtbank gebruik te maken van een elektronisch platform in handen van een privébedrijf dat hiervoor fikse kosten aanrekent.[1] 

Zo betalen advocaten sinds oktober 9 euro om hun conclusies naar de rechtbank door te sturen (3 euro in pro-Deodossiers) of 3 euro om een (elektronische) brief te sturen aan de rechtbank (ook 3 euro in pro-Deodossiers).[2]  Dit loopt al snel op in een dossier waar partijen verschillende conclusierondes doorlopen en een aantal keer contact opnemen met de rechtbank om bijvoorbeeld een uitstel af te spreken.

Het Netwerk tegen Armoede is een van de organisaties die samen met drie andere armoedeorganisaties verenigd in Belgisch Netwerk Armoedebestrijding (BAPN), mee het beroep ondersteunt. David de Vaal van het Netwerk Tegen Armoede legt uit: “De verplichting voor advocaten om gebruik te maken van het DPA-platform zorgt opnieuw voor een stijging van de kosten van juridische procedures.[3] Dit komt bovenop de eerder ingevoerde rechtsplegingsvergoeding, het btw-tarief van 21% op de erelonen van advocaten en in september de verhoging van de griffierechten.”

 “Ook na de veeg uit de pan van het Grondwettelijk Hof in juni van dit jaar[4] lijkt deze regering zich nog steeds niet te realiseren dat voor een groot deel van de bevolking het recht op toegang tot de rechter een illusie aan het worden is.”
In plaats van allerlei extra kosten in te voeren op communicatie met de rechtbank zou de overheid juist open communicatie tussen rechtbank, advocaten en hun cliënten moeten aanmoedigen. “In een rechtsstaat behoort communicatie met de rechtbank - of die nu op papier of elektronisch gebeurt - gewoon gratis te zijn. “ zegt de Vaal “Het is te gek voor woorden dat advocaten, ook de pro-Deoadvocaten die de meest kwetsbaren vertegenwoordigen, moeten betalen om elektronisch te communiceren met de rechtbank.  Op deze manier werkt de regering de onderbescherming van mensen in armoede  - die ook voor deze maatregel al moeilijk hun weg vonden naar de rechter – alleen verder in de hand.”

Judith Tobac van het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding waarschuwt ook voor een justitie op twee snelheden: een snelle, elektronische justitie die 24/24 beschikbaar is voor mensen die het kunnen betalen en een trage justitie, enkel beschikbaar tijdens de openingsuren van de griffie voor wie het niet kan betalen (en de pro-deo cliënten). In de praktijk zien de armoedeorganisaties trouwens nu al dat pro-Deoadvocaten door deze besluiten hun documenten weer op papier indienen omdat het nog onduidelijk is of de pro-Deovergoedingen rekening zullen houden met deze gestegen kosten. De armoedeorganisaties benadrukken dat in een rechtsstaat de informatisering van justitie alle burgers ten goede moet komen en niet alleen diegene die kunnen betalen voor extra diensten.

Lees het artikel in De Standaard.

Lees het artikel in Gazet Van Antwerpen.
 
 
 


[1] In bijzonder het KB van 9 oktober 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende de elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek; en het MB van 9 oktober 2018 tot wijziging van het ministerieel besluit van 20 juni 2016 tot bepaling van de inwerkingstelling van het e-Box netwerk en het e-Deposit systeem, zoals bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende de elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek.
Let op: de verplichting geldt enkel voor het elektronisch indienen van documenten (niet wanneer die documenten op papier via de griffie worden ingediend) en enkel voor advocaten (niet voor mensen die zichzelf verdedigen).
[3] Dit zonder dat hier een duidelijke meerwaarde voor de rechtszoekende tegenover staat. Het E-deposit systeem ontwikkelt door de FOD Justitie laat advocaten al lange tijd om hun documenten elektronisch door te sturen naar de rechtbank.
[4] Toen het Grondwettelijk Hof de door deze regering ingevoerde forfaitaire bijdrage voor pro-Deoadvocaten vernietigde (GwH 21 juni 2018, nr. 77/2018). Al oordeelde het Hof al in 2017 in niet mis te verstanen bewoordingen dat “Hoewel de kosten verbonden aan de bestreden bepaling [De invoering van 21% BTW op de erelonen van advocaten] op zich niet de oorzaak zijn van de door de verzoekende partijen aangevoerde aantasting van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en van de wapengelijkheid, hebben zij niettemin tot gevolg de financiële last verbonden aan de uitoefening van die rechten te verzwaren. De wetgever dient bijgevolg daarmee rekening te houden wanneer hij andere maatregelen neemt die de kosten van de gerechtelijke procedures kunnen verzwaren. Hij dient immers erover te waken het recht op toegang tot de rechtscolleges voor bepaalde rechtzoekenden niet op zodanige wijze te beperken dat dat recht daardoor in zijn essentie wordt aangetast.” (GwH 23 februari 2017, nr. 27/2017).