Goednieuwsshow rond beperking beroepsinschakelingsuitkering is misplaatst

6/5/2016
De goednieuwsshow van de federale regering rond de beperking van de wachtuitkeringen (of beroepsinschakelingsuitkering zoals ze nu heet) is misplaatst, vindt het Netwerk tegen Armoede. De beroepsinschakelingsuitkering werd door de vorige regering beperkt in de tijd. Uit een enquête van minister van Sociale Zaken Borsus zou nu blijken dat ‘maar’ 1 op 5 van de getroffen jongeren in Vlaanderen een leefloon aanvraagt bij het Ocmw. “Dat is alvast 1 op 5 die terugvalt op een leefloon dat onder de Europese armoedegrens ligt en dus in de armoede gedreven wordt”, zegt coördinator Frederic Vanhauwaert. “Dat 4 op 5 geen leefloon aanvraagt, geeft geen enkele garantie dat die groep goed terecht komt.”
 
Vooraleer te juichen zou de federale regering de situatie van die 4 op 5 moeten kennen. Hoeveel hebben een duurzame job? Hoeveel overleven in moeilijke omstandigheden? Hoeveel leven terug op het inkomen van de ouders en welke problemen brengt dat met zich mee? Daarnaast maakte de federale regering nog geen werk van het optrekken van de uitkeringen, waaronder het leefloon, boven de armoedegrens.
 
De onderbescherming bij leeflonen ligt zeer hoog, volgens wetenschappelijke ramingen tot boven de 50 %. Dus van wie recht heeft op een leefloon, zou amper de helft het ook aanvragen. Redenen voor onderbescherming zijn divers. Jongeren weten niet dat ze er recht op hebben, de schaamte is te hoog, veel administratieve drempels, … Dat 4 op 5 geen leefloon aanvraagt, betekent dus niet noodzakelijk dat zij er ook geen recht op hebben.
 
Wat we wel weten, is dat een deel van de getroffen jongeren terugvalt op het inkomen van de ouders. Ook dat is niets om vrolijk van te worden. Het budget van gezinnen komt zo nog meer onder druk te staan. Gezinnen die vaak al zwaar getroffen zijn door besparingen en taksen op federaal én Vlaams niveau.
 
Het Netwerk tegen Armoede ziet een heel andere realiteit achter deze cijfers. Een realiteit die absoluut geen reden tot juichen geeft. Van 1 op 5 jongeren die zijn uitkering verliest, weten we zeker dat die onder de armoedegrens duikt. Van de 4 op 5 anderen kunnen we alleen maar hopen dat een deel aan het werk is en kunnen we vermoeden dat een grote groep of gewoon uit de statistieken verdwijnt, of in een gezin terecht komt waarvan het financiële armoederisico aanzienlijk stijgt.

Lees het artikel in Metro.