Hogere uitkeringen zijn stap vooruit, maar armoedegrens blijft veraf

24/3/2018
De federale regering kondigde naar aanleiding van de begrotingscontrole aan dat er extra geld geïnvesteerd wordt in armoedebestrijding. Mensen met een Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) krijgen er €13 per maand bij. Gezinshoofden met een leefloon en mensen met een inkomensvervangende tegemoetkoming (het leefloon voor mensen met een handicap) zien hun inkomen met €40 per maand stijgen. Voor het Netwerk tegen Armoede is dat een stap in de goede richting, maar ook niet meer dan dat. Gezinnen zullen dit voelen in hun budget en een stukje meer kunnen investeren in basisbehoeften zoals energie, huishuur of medische kosten. Maar geen enkel gezin zal hiermee uit de armoede raken.

Daarvoor is de inspanning te klein. De Europese armoedegrens blijft nog veraf, ook als men de verhoging van de uitkeringen in rekening brengt. Een alleenstaande met een leefloon ziet zijn uitkering stijgen van €893 naar €933. Gezinnen zien hun uitkering stijgen van €1.190 naar €1.230. De Europese armoedegrens ligt op €1.115 voor een alleenstaande en €2.341 voor een gezin.

Daar komt nog bij dat de federale regering door allerlei maatrelen de toegang tot de sociale zekerheid aanzienlijk bemoeilijkt heeft, bijvoorbeeld door voorziene besparingen op langdurig zieken of het beperkten van de beroepsinschakelingsuitkering. Dat zorgt ervoor dat steeds meer mensen naar de bijstand doorverwezen worden en het aantal leefloners jaar na jaar blijft oplopen.

Lees het artikel in De Morgen.