Decreet werk- en zorgtrajecten roept nog veel vragen op

21/2/2014
Het Netwerk tegen Armoede leverde een bijdrage voor de armoedetoets over het aanbouwdecreet werk- en zorgtrajecten. We stellen vast dat de administratie geprobeerd heeft om een aantal bemerkingen in het decreet te integreren: doelverruiming van arbeidsmarktparticipatie naar maatschappelijke participatie, rolverduidelijking van de casemanager tav de cliënt, voorzien van nazorg, ontkoppeling onbetaalde arbeidsmatige activiteiten. Toch blijven een aantal belangrijke vragen onbeantwoord of blijven onze bekommernissen onverminderd gelden:

- vastleggen van budget, gekoppeld aan een vast aantal trajecten. De werk-en-zorg-trajecten zullen staan of vallen, afhankelijk van de tijd en ruimte die de casemanagers zullen krijgen om de clïent voldoende op te volgen(caseload). Om kwaliteitsvolle trajecten te garanderen zou een minimumbudget per traject vooropgesteld moeten worden. Afhankelijk van de beschikbare financiële middelen kan dan later nog beslist worden hoeveel trajecten er daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden.
 
- vastleggen van een minimumaantal W²-trajecten voor mensen in armoede: Om het behoud, de verderzetting en de uitbreiding van de huidige armoedetrajecten te garanderen, dient een minimumaantal activeringstrajecten voor mensen in armoede vastgelegd te worden. We pleiten voor jaarlijks 1200 W²-trajecten voor mensen in armoede. Zonder zeer bewuste en gerichte inspanningen tav mensen in armoede dreigen ze anders opnieuw uit de boot te vallen.
 
- de rechtenopbouw en -bescherming van de deelnemers in deze werk-en-zorgtrajecten: voor elk statuut van de werkzoekenden moet nog duidelijker omschreven worden, wat de rechten en plichten zijn binnen dit traject en welke gevolgen het niet nakomen van plichten heeft op de werkzoekenden, zijn statuut, zijn inkomen..
 
- gedeelte begeleiding naar en op een werkvloer. Het is onduidelijk wat die werkvloer precies kan inhouden. Zijn dit enkel werkvloeren binnen maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen?  Voor ons, idealiter, kunnen dit acties zijn richting arbeidszorg, PWA, progressieve werkhervatting, werkervaring, artikel 60, IBO, beroepsopleiding….), zo kan er pas echt sprake zijn van een traject op maat. Onbetaalde arbeidsmatige activiteiten kunnen niet verplicht opgelegd worden.
 
- minimale onkostenvergoeding: de werk-en-zorgtrajecten zijn intensieve langdurige trajecten. De inspanningen die geleverd moeten worden zullen ook onkosten met zich meebrengen (cf. mobiliteit, aangepaste kledij, kinderopvang,… ). Wetend dat deze doelgroep vaak afhangt van een (te) lage uitkering, dienen minimaal hun onkosten gedekt te worden. Dit staat momenteel niet ingeschreven in het aanbouwdecreet.
 
Onze bedenkingen gaan echter ook fundamenteler dan bovenstaande zaken.  Dit kader zou de huidige werk- en welzijnstrajecten voor mensen in armoede zogenaamd structureel verankeren. Wat een goede zaak is want uit de ervaringen van mensen in armoede bleek dat de klassieke dienstverlening van de VDAB  vaak niet resulteerde in een duurzame job. Mensen in armoede kloegen over de korte duur van de trajecten, verschillende trajecten die versnipperd waren, die niet op elkaar aansloten, met altijd een andere begeleider en/of organisatie die verantwoordelijk was voor de opvolging. Ze kloegen over de begeleiders die té veel caseload hadden, weinig tijd hadden, enkel oog hadden voor werk en instrumentele ondersteuning boden, maar weinig emotioneel expressieve steun (een luisterend oor, aanmoedigen, begrip opbrengen, steunen, helpen, geloven in de werkzoekende, zoeken naar oplossingen samen met de werkzoekende...), die geen ruimte hadden om werkzoekenden te versterken.

De werk- en welzijnstrajecten voor mensen in armoede probeerden een antwoord te bieden op die verzuchtingen van mensen in armoede. Zo hebben de werk-en welzijnstrajecten slechts 1 ankerfiguur/begeleider. De VDAB neemt standaard deze rol op zich. Er is nu expliciete aandacht voor armoede en de begeleider heeft oog voor werk en welzijnsaspecten. De caseload van 1 VTE-begeleider is beperkt tot 30 à 45 werkzoekenden in armoede. De trajecten zijn op maat en worden samengesteld doorheen het traject en in samenspraak met de werkzoekende. Het kan leiden tot individuele begeleiding, een groepstraining, een opleiding, een werkervaring, een ibo…of een combinatie ervan. Het welzijnsluik bestaat uit het vinden van de juiste hulpverleningsdiensten samen met de werkzoekende, oplossingen zoeken, bemiddelen… We waren dan ook zeer blij dat deze trajecten uiteindelijk geïmplementeerd werden en we hebben altijd gepleit voor een structurele verankering ervan.  
 
De Vlaamse regering heeft trouwens steeds in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding gesteld dat het de werk- en welzijnstrajecten voor mensen in armoede structureel ging verankeren. Je kan echter vaststellen uit bovenstaande omschrijving dat er duidelijke verschillen zijn tussen de huidige armoedetrajecten en de activeringstrajecten binnen het werk- en zorgdecreet en dus dat deze tekst niet tegemoet komt aan de belofte van de Vlaamse regering. Het is voor ons bovendien heel erg onduidelijk in welke mate we de oorspronkelijke werk- en welzijnstrajecten voor mensen in armoede nog zullen terug vinden in het werk-zorgdecreet en in welke mate de toekomstige activeringstrajecten nog tegemoet zullen komen aan de verzuchtingen van mensen in armoede, of erger nog of deze trajecten de verzuchtingen van mensen in armoede niet alleen zal versterken.