08-07-2026

50 jaar OCMW: 10 redenen waarom er weinig te vieren valt

Terug

"8 juli zou een dag moeten zijn om de OCMW’s te vieren. Vijftig jaar geleden ontstonden ze uit de politieke wil om iedereen een menswaardig leven te garanderen. Toch zijn we niet in feeststemming", schreef de Coalitie Humaan OCMW-beleid in Knack en op VRT NWS op 8/7/2026.

België is een welvarend land, maar nog steeds leeft 16,5% van de bevolking in een situatie waarin het onmogelijk is om aan de basisbehoeften te voldoen. Tien verontrustende tendenzen tonen dat het laatste vangnet – bedoeld om mensen uit armoede te tillen of om armoede te voorkomen – onder druk staat. Willen we dat de geest van de ambitieuze, waardevolle OCMW-wet overeind blijft, dan moeten beleidsmakers het tij keren.

Willen we een sterke samenleving, waarin iedereen meetelt, dan moeten we de organieke OCMW-wet van 1976 dringend in ere herstellen en versterken.

10 redenen waarom er weinig te vieren valt

1. Het recht op maatschappelijke integratie wordt uitgehold

Het leefloon ligt nog steeds onder de Europese armoededrempel. Voor een koppel met kinderen blijft het zelfs 30% onder die drempel. Recente veranderingen hollen het laatste beschermingsmechanisme nog verder uit: de inkrimping van de welvaartsenveloppe, een nieuwe berekeningswijze voor samenwonenden, de privatisering van lokale publieke diensten,… Ze ontnemen mensen die recht hebben op een leefloon de kans om actief deel te nemen aan de samenleving en beroven de OCMW’s van onmisbare instrumenten om mensen efficiënt te ondersteunen.

2. Rechten bestaan, maar mensen in een kwetsbare situatie hebben er geen toegang toe

Recent onderzoek toont aan dat 43 tot 46 procent van de rechthebbenden geen leefloon aanvraagt. Dit fenomeen van non-take-up is geen individueel probleem, maar het gevolg van een combinatie van complexe regels, administratieve drempels, psychologische barrières en een moeilijke maatschappelijke context.

3. De toegang tot OCMW-hulp wordt steeds strenger

Stel: inkomensverlies, een onverwachte factuur of een dreigende uithuiszetting dwingen je om je schaamte opzij te zetten en hulp te vragen bij het OCMW. Door steeds strengere federale en lokale beleidsmaatregelen moet het OCMW steeds vaker antwoorden: “ja, maar alleen als…”. Op het moment dat je op je kwetsbaarst bent, moet je een Geïndividualiseerd Project Maatschappelijke Integratie (GPMI) ondertekenen, waarover moeilijk te onderhandelen valt en dat je in de praktijk niet kunt weigeren.

Blijken de voorwaarden in die overeenkomst onuitvoerbaar wegens een verslavingsproblematiek of onrealistische taalvereisten? Dan kan je leefloon als sanctie worden geschorst of stopgezet. Het GPMI wordt met andere woorden voorgesteld als een begeleidingstool, maar dreigt steeds meer te verworden tot een controle- en sanctie-instrument.

4. Plannen die nieuwkomers, erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden naar de achtergrond verdringen

Er liggen wetswijzigingen op tafel die binnen de sociale bijstand een onderscheid willen maken op basis van nationaliteit en verblijfsstatus. Deze hervormingen dreigen een samenleving van A- en B-burgers te creëren, waarin nieuwkomers worden beschouwd als een subcategorie van mensen.

Zelfs wanneer zij over een geldige verblijfsvergunning beschikken, zouden zij niet langer aanspraak kunnen maken op een leven dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.

Mensen zonder wettig verblijf die zich moeten beroepen op het enige recht dat de Belgische staat hun geeft – een beperkte toegang tot gezondheidszorg via het OCMW – botsen bovendien op hoge drempels, eigen aan het systeem.

5. Het OCMW moet aanvallen op de sociale zekerheid compenseren

We dragen allemaal solidair bij aan de sociale zekerheid. Wanneer het leven tegenzit, kan iedereen onder meer een beroep doen op de werkloosheidsverzekering en de ziekteverzekering. Dat is een recht.

Maar besparingsmaatregelen, zoals de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, sluiten steeds meer mensen van dat recht uit en duwen hen richting het OCMW. Bij de oprichting van het OCMW in 1976 ontvingen minder dan 10.000 mensen een leefloon. Vandaag zijn dat er meer dan 200.000.

De goede werking van een samenleving meet je niet af aan de kwaliteit van haar laatste vangnet, maar aan haar vermogen om te voorkomen dat mensen er gebruik van moeten maken.

6. Activering tegen elke prijs, ten koste van de menselijke waardigheid

Diezelfde maatregelen leiden het OCMW weg van zijn oorspronkelijke opdracht – een menswaardig leven garanderen (artikel 1 van de Organieke Wet) – en maken er een instrument van arbeidsmarktbeleid van. Dat blijkt onder meer uit het nieuwe bonus-malussysteem dat OCMW’s financieel beloont wanneer zij mensen activeren en andere bestraft. Pech voor wie ziek is, niet over het juiste arbeidsprofiel beschikt of voor een naaste moet zorgen.

7. OCMW-hulp verschilt van gemeente tot gemeente

Sommige gemeenten kiezen voor een emancipatorische aanpak. Andere verklaren zich al te snel ‘territoriaal onbevoegd’, daarbij gebruik makend van onwettige argumenten.

De financiële situatie van OCMW’s verklaart vaak die verschillen: gemeenten die met de grootste armoedeproblemen worden geconfronteerd, beschikken doorgaans over de meest beperkte budgettaire middelen. Door verschillende ondersteuningsmaatregelen voor OCMW’s af te schaffen, heeft de federale regering deze ongelijkheid in behandeling nog versterkt.

8. Maatschappelijk werkers staan onder druk

Bijna één op de vier OCMW-werknemers spreekt van een onhoudbare situatie. De hoge werkdruk en het personeelstekort leiden vaak tot schendingen van de rechten van gebruikers en maken het onmogelijk de continuïteit van de hulpverlening te verzekeren. Mensen moeten te lang wachten op een eerste afspraak, hulpaanvragen gaan verloren of worden niet tijdig beantwoord, mensen worden zonder sociaal onderzoek afgewezen, hulpvragers moeten hun verhaal steeds opnieuw brengen naar aanleiding van personeelswissels…

9. Van begeleiding naar controle

Onder het mom van fraudebestrijding wijzigen recente beleidsmaatregelen en voorstellen het beroep van maatschappelijk werker ingrijpend. Meer controles, een beperking van het beroepsgeheim en een toename van meldingsplichten tasten de essentie van het sociaal werk aan. Het eindresultaat is een ernstige verslechtering van de vertrouwensrelatie met de rechthebbende, terwijl die net een onmisbare voorwaarde vormt voor een geslaagd integratietraject.

10. Meer wanhoop, dus meer geweld aan de loketten

Bijna de helft van de OCMW-medewerkers geeft aan maandelijks geconfronteerd te worden met verbale of fysieke agressie. Volgens hen is dat geweld het gevolg van de frustratie en machteloosheid van mensen die geen antwoord vinden op hun problemen en vastlopen in het systeem. Ook psychische problemen worden regelmatig als verklaring aangehaald.

"Het recht op een menswaardig bestaan – artikel 1 van die OCMW-wet – wordt nog steeds geschonden."

Coronacrisis, oorlog in Oekraïne, energiecrisis, beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, steeds strengere voorwaarden en meer controle ... Ze hebben zware gevolgen voor de meest kwetsbaren in onze maatschappij en drijven de druk op de OCMW's op.

“Het waren heftige jaren, maar de laatste hervorming rond de werkloosheid vind ik de meest ingrijpende op de werkvloer,” zegt Annemie Wauman, voorzitter van de Federatie van Vlaamse OCMW Maatschappelijk Werkers. “OCMW’s begeleiden al langer mensen naar werk, maar nu wordt er nog meer resultaat verwacht. Dat botst met de realiteit: werkgevers staan niet te springen om kwetsbare profielen aan te nemen, en veel cliënten hebben eerst nood aan ruimte en ondersteuning voor ze kunnen werken.”

Katty Creytens van het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding en van de Coalitie Humaan OCMW-beleid: “We zien net een grote achteruitgang. Waar tot de jaren 70 veel meer sprake was van empowerment, overheerst nu een stigmatiserend discours van individuele verantwoordelijkheid. Deze regering kijkt naar activering als oplossing voor alles, maar heeft amper oog voor andere levensdomeinen.” De structurele benadering van de OCMW's staat onder druk door heel wat recente maatregelen. Zo heeft de federale regering 15 miljoen euro voor socio-culturele participatie geschrapt.

Niet iedereen vindt de weg naar het OCMW. Zowat de helft van mensen die recht hebben op een leefloon bijvoorbeeld, stapt niet naar het OCMW en vraagt dat leefloon dus niet aan door schaamte, onwetendheid, uit angst voor de overheid of omdat ze op andere manieren aan inkomsten geraken. Ook andere rechten zijn niet vanzelfsprekend.

Sarah Lampen van Betonne Jeugd: “Sommige mensen zijn al jaren in schuldbemiddeling bij een OCMW, en dan blijkt plots dat ze al jarenlang recht hebben op steun waar niemand hen op heeft gewezen. Er is een groot verloop bij het personeel. En de erg jonge maatschappelijk werkers die instromen, kennen onvoldoende de sociale kaart en rechten, omdat er te weinig ruimte is om hen goed te omkaderen.”

Coalitie Humaan OCMW-beleid: Acod Lokale en Regionale besturen, ACOD-LRB Brussel, Belgisch Netwerk Armoedebestrijding – BAPN, CBCS, CIRÉ, Comité de Vigilance en Travail Social, CGSP-ALR Bruxelles, De Link, Federatie van Vlaamse OCMW-Maatschappelijk Werkers, Fédération des Services Sociaux, Gemeenschappelijk Daklozenfront, Ligue des droits humains, Réseau Wallon de Lutte contre la Pauvreté, SAAMO, SAM – Steunpunt Mens en Samenleving, Transit asbl, Vlaams ABVV, Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Valt er iets te vieren met 50 jaar OCMW? "Voortdurend gevoel dat je enkel het minimum kan doen"

Lees het artikel op VRT NWS

’50 jaar OCMW: tien redenen waarom er weinig te vieren valt’

Lees de opinie op Knack.be

Volg ons


Blijf op de hoogte

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief

Steun ons nu

Uw steun helpt mensen om een toekomst uit te bouwen en de strijd aan te binden met armoede en sociale uitsluiting. Samen met mensen in armoede zoeken we naar structurele oplossingen die écht werken.

Steun ons
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikersgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord.  Lees meer.