Terug

1. Armen verenigen zich

De inhoud van het criterium volgens het decreet:

Armen en niet-armen samenbrengen in een onafhankelijke vzw met het doel armen uit hun maatschappelijk isolement te halen en hun slagkracht te vergroten. In hun werking zijn ze gericht op de samenwerking met andere organisaties en instanties die zich tot kansarmen richten.

Wat houdt deze definitie nu in?

A. Wat is zich verenigen ?

Volgens het woordenboek is een vereniging: “een groep personen die samenwerken tot een bepaald doel”. Een aantal mensen vormen zo’n groep wanneer ze elkaar regelmatig ontmoeten en gezamenlijk dingen willen realiseren.

Enerzijds moeten mensen de kans krijgen om elkaar tegen te komen, om hun zorgen even opzij te zetten of er net over te praten met anderen. Men kan niet verplicht worden om aan die ontmoeting deel te nemen. Ontmoeting is immers gebaseerd op vrijwilligheid. De vereniging kan daarvoor een ontmoetingsruimte aanbieden.
Anderzijds gaat men in een vereniging dingen doen, iets realiseren. Men werkt samen tot een bepaald doel. Voor verenigingen waar armen het woord nemen, is het doel ‘armoede bestrijden’ – of meer specifiek “structurele oorzaken van armoede bestrijden”.
Dit algemene doel kan opgedeeld worden in heel wat ‘kleinere’ doelen. Bijvoorbeeld:

  • het thema ‘armoede’ bespreekbaar maken in de samenleving
  • een bepaalde activiteit te organiseren en tot een goed einde te brengen
  • veranderingsvoorstellen formuleren t.a.v. een plaatselijke welzijnsdienst of beleidsmaker.
    We kunnen dus doelen onderscheiden op allerlei niveaus, van heel abstract tot zeer concreet. Het is belangrijk dat de vereniging hierbij stilstaat.

Een vereniging moet pluralistisch van aard zijn. Dit wil zeggen dat de vereniging moet open staan voor iedereen die zich kan vinden in de doelstellingen en de opdracht van de vereniging, dat men er respect toont voor de mens in zijn geheel, ongeacht zijn overtuigingen, karakter of huidskleur. Men mag niemand uitsluiten van de vereniging omdat hij anders is. Dat is zeker geen gemakkelijke opgave omdat elke groep de neiging heeft om "wij" tegenover "zij" te stellen.

B. Wie verenigt zich?

In verenigingen waar armen het woord nemen komen armen in groep samen, gesteund door niet-armen. Ze treden uit hun isolement, leren van mekaars ervaringen en oplossingen en ervaren dat ze niet alleen staan in hun armoede. Door dit gemeenschappelijk maken van de armoede-ervaring valt ook de individuele schuld weg: de maatschappelijke mechanismen die aan de basis van armoede liggen komen op tafel.

Door het samenkomen van armen en niet-armen wordt er een netwerk gevormd van armen en niet-armen samen. Door het bestaan van dit netwerk krijgen mensen in armoede belangrijke steun om allerlei dagelijkse situaties op te vangen en om deel te nemen aan alle aspecten van het leven. Ook kunnen armen en niet armen door het contact met elkaar ondervinden dat ze niet zo verschillend zijn, waardoor een basis wordt gelegd tot solidariteit. Armoede is immers een zeer omvattend probleem en het belangt bijgevolg iedereen aan.

Opmerking: niet in alle verenigingen komen zowel armen als niet-armen samen (of men moet beroepskrachten meerekenen). In deze verengingen ligt de nadruk dan niet op een netwerk met niet-armen, solidariteit en anders denken over mekaar…

Naast het gegeven dat armen en niet-armen zich verenigen, is het ook belangrijk dat verenigingen zich verenigen. Er kunnen allerlei vormen van samenwerking tussen verenigingen tot stand komen. Het kan gaan om het uitwisselen van ideeën tot het intensief samenwerken om beleidsdoelen te realiseren. De samenwerking kan zich situeren op regionaal, provinciaal, gewestelijk en nationaal vlak.
Op gewestelijk vlak gebeurt dit bijvoorbeeld via het Vlaams Forum Armoedebestrijding. Het betreft (indien mogelijk: alle) verenigingen waar armen het woord nemen uit geheel Vlaanderen. Deelname aan het Vlaams Forum armoedebestrijding is dus een belangrijk element voor de onderlinge solidariteit en samenwerking. Maar er moet rekening mee gehouden worden dat niet alle verenigingen de mogelijkheden hebben om aan de activiteiten te kunnen deelnemen omdat hen de nodige middelen (in mensen en financies) daartoe nog ontbreken. Als zij in die omstandigheden niet deelnemen aan de werkzaamheden van het Vlaams Forum mag dit niet automatisch geïnterpreteerd worden dat zij dit niet willen of niet belangrijk vinden.

C. Wat is het doel van zich te verenigen? Waarom is het zo belangrijk?

Zich verenigen kan voor mensen heel belangrijk zijn. Samenkomen op zich is al aangenaam en waardevol. Maar wanneer mensen samenkomen om antwoorden te zoeken op armoedevraagstukken, kan dit (voor een deel) het isolement doorbreken waarin armen vaak leven.
Immers zo komt men terug in contact met andere mensen. De vereniging wordt de plaats waar men mensen leert kennen en vrienden ontmoet. Vaak vullen ze een leegte in en vormen ze hun eerste netwerk. Dit kan goede moed geven wanneer mensen weten dat ze in de vereniging gehoor zullen krijgen. Het doorbreekt hun isolement, en versterkt tegelijkertijd hun slagkracht. Mensen die in armoede leven, kunnen immers hun individuele ervaringen door het contact met de anderen omzetten in gemeenschappelijke actiepunten en eisen. In de verhalen van anderen herkent men elementen, waardoor men samen tot het besef komt dat bepaalde problemen gemeenschappelijk zijn. Men kan de krachten bundelen om hieraan iets te veranderen.
Elk individu wordt zich ervan bewust dat hij iets te betekenen heeft, waardoor hij weer de kracht krijgt om te vechten voor zijn plaats in de samenleving. Op die manier kunnen armen werken aan hun individuele en maatschappelijke rechten en aan betere kansen.

Dit mechanisme speelt ook op bredere schaal onder de verenigingen zelf. Het belang van het verenigen van verenigingen ligt erin dat men meer invloed kan uitoefenen op het beleid en de samenleving.
Men kan steun vinden bij andere verenigingen om te blijven sleutelen aan de eigen werking. Men kan inspiratie opdoen voor het oplossen van problemen door te kijken hoe een andere vereniging het aanpakt. Men kan ideeën voor activiteiten en ontspanning uitwisselen. Men kan samen zoeken naar een antwoord voor vragen die de vereniging aanbelangen,...

Zo hopen we duidelijk te hebben gemaakt dat ‘zich verenigen’ niet alleen belangrijk is omdat het op zich waardevol is. Het is in de context van armoedebestrijding ook een middel om andere dingen te bereiken, zowel op persoonlijk vlak (verbetering van de levenssituatie en het verhogen van het zelfwaardegevoel) als op het vlak van beleidsbeïnvloeding (zie hierboven). Men staat dan sterker om aan de andere criteria te werken (zoals werken aan maatschappelijke structuren, dialoog en vorming,…).

D. Hoe zich verenigen?

Juridisch gezien moeten armen en niet-armen zich verenigen in een onafhankelijke vzw. Onafhankelijk wil hier zeggen dat je als vereniging niet gebonden bent aan een andere vereniging of instelling. Je kan er wel mee samenwerken, maar men kan je niet opleggen wat je moet doen. De vereniging werkt dus autonoom..

Om zich te verenigen moet men ook werken aan het groepsgevoel. Dit kan gebeuren doordat de vereniging een passende naam kiest, een eigen kenteken heeft, een ontmoetingsruimte ter beschikking stelt, enz. De vereniging moet de mensen motiveren en de nodige ondersteuning bieden opdat de mensen die deel uitmaken van de vereniging betrokken worden bij de groep als groep.

2. Armen het woord geven

De inhoud van het criterium volgens het decreet:

Het creëren van voorwaarden opdat armen het woord kunnen nemen, met als einddoel een volwaardige gesprekspartner in de samenleving te vormen. Daartoe organiseren de verenigingen activiteiten die de kans bieden om deze vaardigheden te ontwikkelen. De armen moeten in de gelegenheid gesteld worden in de eigen vereniging ritme, snelheid en inhoud te bepalen.

Wat houdt deze definitie nu in?

A. Wat betekent het dat armen het woord nemen?

In tegenstelling tot wat het op eerste zicht laat uitschijnen, betekent dit niet dat mensen in armoede hulpeloze wezens zijn die volledig afhankelijk zijn van niet-armen die hun goede wil tonen en hen ook maar eens aan het woord laten.
Wèl gaat men ervan uit dat armen - evengoed als anderen - mondig kunnen zijn, maar dat de omstandigheden soms het spreken niet toelaten. De vereniging moet dus de voorwaarden scheppen opdat armen het woord kunnen nemen.
Het gaat dus om twee zijden van dezelfde medaille:

  • Enerzijds is het aan de vereniging en aan de niet-armen om de voorwaarden te creëren die nodig zijn opdat armen het woord kunnen nemen. Een aantal van deze voorwaarden staan onder punt C (‘hoe kunnen armen het woord nemen’) verder uitgewerkt.
  • Anderzijds gaat het om de armen die het woord zelf in handen nemen: ‘men zal naar ons luisteren’. Ze tonen zich mondig indien de voorwaarden hiertoe vervuld zijn en komen ervoor op om gehoord te worden.

Het woord nemen moet niet alleen letterlijk worden verstaan. Mensen kunnen ook aan bod komen door te tonen wat ze kunnen, door een taak op te nemen en daarvoor erkenning te krijgen, door dingen die ze maken aan anderen voor te stellen en met hen te delen. Vaak zullen zwijgzame mensen zich op een andere manier aan anderen tonen dan door veel te praten. Men moet dus in de vereniging ook aandacht hebben om mensen die liever iets doen voor anderen dan voortdurend te praten, hiervoor ook te waarderen.

B. Wat is het doel van het woord te nemen?

Het doel ligt erin dat mensen in armoede een volwaardige gesprekspartner in de vereniging en in de gehele samenleving worden en zijn.

Armen moeten in hun vereniging het ritme, de inhoud en de werkwijze bepalen. Zij kunnen samen vanuit het ervaren van een interesse, samenhorigheid, nood, behoefte, verlangen, wens,… voorstellen doen voor activiteiten, voor veranderingen in de vereniging. Er moet actief gewerkt worden vanuit die voorstellen.
Het is belangrijk dat beslissingen in een vereniging niet boven de hoofden van de armen genomen worden. Mensen in armoede vormen de belangrijkste gesprekspartner bij het zoeken naar een degelijke werking die aan hun verwachtingen tegemoet komt.
Het woord nemen start in de vereniging. Dit gaat zowel op voor armen onder elkaar, in de groep, armen tegenover professionele of vrijwillige krachten tot eventueel ook in de raad van bestuur.

Ook in de samenleving kunnen armen het woord nemen. Zij moeten steeds uitdrukkelijk een gesprekspartner zijn bij het zoeken naar structurele maatregelen in armoedebestrijding. Zij kunnen samen vanuit ervaringen de mechanismen en gevolgen van uitsluiting verwoorden en voorstellen doen tot verandering. Er moet actief gewerkt worden vanuit die voorstellen. Mensen in armoede moeten niet altijd alleen maar vragende partij zijn, zij hebben ook iets te bieden.
Onder de samenleving wordt niet alleen de overheid verstaan, maar ook diensten, de gewone mens, vrienden, kennissen, de bakker en de beenhouwer, leerkrachten, de ouders van een vriendje van één van je kinderen, enz. Armen moeten ook ten opzichte van elk van hen het woord kunnen nemen en met elkaar het gesprek aangaan over de velen kanten van het leven en samen leven.

C. Hoe kunnen armen het woord nemen?

"Het woord nemen" moet gezien worden in de dagdagelijkse context van het gezinsleven, het werk, de school, de dienstverlening. Waar de nood ervaren wordt om het woord te nemen, ligt een kans om dit te leren. Dit kan complex zijn. Soms stapelen probleemsituaties zich op en is het een hele klus om terug vertrouwen te krijgen, mondig te worden.
In de verenigingen kan gesproken worden over de dagelijkse gebeurtenissen, over hoe men dingen beleeft en aanpakt, over ervaren problemen, enz. en men kan hierrond iets doen (gesprekken, vorming, training, begeleiding, meegaan op afspraak bij diensten, enz.)

Werken in groepen kan een aantal leermomenten bieden om vaardigheden te ontwikkelen zoals een mening formuleren, gevoelens verwoorden, spreken in groep, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen,…
Armen moeten in een vereniging de kans krijgen mee te doen in de raad van bestuur. Indien men hier tijd laat aan iedereen om uit te spreken, om uitleg te geven en te vragen, inden met verschillende opvattingen aan bod laat komen en af en toe de werkwijze bespreekt en aanpast, vormt de raad van bestuur een uitstekende leerplek om het woord te nemen.
Nogmaals wijzen we erop dat ‘het woord nemen’ begint in de vereniging zelf. De werkwijze, het tempo,de inhoud en de organisatie van de gehele werking in de vereniging moet aangepast zijn aan mensen die in armoede leven. Ze moeten de kans krijgen om hun mening te zeggen, verantwoordelijkheid te dragen en mee beslissingen te nemen.

Opdat armen het woord kunnen nemen moeten niet-armen en armen zelf bepaalde houdingen en vaardigheden ontwikkelen. Dit zijn de basisvoorwaarden die vervuld moeten zijn. We denken hierbij onder andere aan het ontwikkelen van:

 een houding van gelijkwaardigheid
Armen en niet-armen moeten vertrekken van een positie van gelijkwaardigheid. Mensen zijn niet "gelijk", ze hebben andere ervaringen en houdingen. Ze zijn wel "gelijkwaardig", wat betekent dat de ene niet beter is dan de andere. Men moet respect hebben voor verschillende levenswaarden, gedragingen en manieren van ontspanning, kortom voor het anders zijn van anderen. Alle betrokkenen moeten erkennen dat ze van elkaar kunnen leren.

 luisterbereidheid
Mensen in armoede beheersen vaak niet het taalgebruik van andere mensen. Ze moeten soms enorme inspanningen leveren om hun mening te vormen en zich verstaanbaar uit te drukken. In de eerste plaats zijn het de niet-armen die een actieve luisterbereidheid aan de dag moeten leggen. Ze moeten niet alleen luisteren naar wat armen te zeggen hebben. Ze moeten er ook rekening mee houden en hen mee laten beslissen in minder belangrijke maar ook in heel belangrijke zaken.
Maar ook armen moeten leren luisteren naar wat anderen (zowel armen als niet-armen) inbrengen. Wanneer men het woord neemt, moet men ook kunnen inspelen op de reacties die bij een bepaald onderwerp naar voren gebracht worden door anderen.

 geloof in de kracht van armen
Men moet niets in de plaats doen van de armen; men moet ze wel de kans geven om zelf dingen aan te pakken, te organiseren, te beslissen. Soms geloven armen zelf niet in hun kracht en het kan heel moeilijk zijn om hen in hun eigen kracht of die van andere armen te doen geloven.

Het woord nemen moet gebeuren in solidariteit : niet alleen voor jezelf spreken, niet alleen zelf spreken, maar ook voor anderen en met anderen. Wanneer je zelf het woord leert nemen maar vervolgens alle aandacht opeist en niet meer naar de anderen luistert dan gaat dat ten koste van anderen en dat is niet de bedoeling. Het is noodzakelijk diegenen die nog zwak zijn, steeds te ondersteunen.

3. Werken aan maatschappelijke emancipatie

De inhoud van het criterium volgens het decreet:

De armen helpen groeien om hun burgerrechten volwaardig op te nemen en de maatschappij bewust maken van de gelijkwaardigheid van armen en niet-armen.

Wat houdt deze definitie nu in ?

Emancipatie is voor velen een moeilijk woord. We nemen het Van Daele - woordenboek als uitgangspunt: “Emancipatie betekent dat men zich kan vrijmaken van alle beperkingen, dat men streeft om gelijkwaardig te zijn aan anderen.”

Als mensen het woord ‘emancipatie’ in de mond nemen, wordt niet altijd hetzelfde bedoeld:

  • Soms bedoelt men dat men sterk genoeg in zijn schoenen staat om mee te doen in de samenleving, en dat zijn rechten gerespecteerd worden. Dit heeft dan vooral betrekking op het individu.
  • Meestal vindt men echter dat emancipatie méér is, en dat het ook betekent dat men meewerkt aan vernieuwing van de eigen vereniging en van de samenleving. Dit heeft dan vooral betrekking op de groep van mensen in armoede.
    Deze laatste invulling van emancipatie onderschrijven wij. Emancipatie betekent dan zeker ook dat de ganse groep van armen gehoord wordt in de samenleving, dat men naar hun mening luistert, hun voorstellen serieus neemt, dat armen betere kansen krijgen om goed te wonen, te werken, te leven, enz.

A. Wat houdt ‘werken aan maatschappelijke emancipatie’ in?

In het decreet op de armoedebestrijding staan bij het criterium ‘werken aan maatschappelijke emancipatie’ twee belangrijke punten.

  • In een eerste punt geeft men aan dat “de armen moeten geholpen worden om te groeien om hun burgerrechten volwaardig op te nemen.” Dit geeft aan wat men samen met de vrijwilligers binnen de vereniging zelf kan doen. Het heeft te maken met wat verenigingen kunnen doen, om mensen in armoede te helpen hun rechten op te nemen en zich te emanciperen.

  • In een tweede punt geeft men aan dat emancipatie te maken heeft met “de maatschappij bewust maken van de gelijkwaardigheid van armen en niet-armen”. Dit gaat over wat de vereniging kan doen naar buiten toe, naar de hele samenleving, zodat de mentaliteit verandert en alle mensen meer zouden meewerken aan gelijke rechten voor armen en niet-armen.

Werken aan de emancipatie moet dus twee dingen betekenen voor de ‘verenigingen waar armen het woord nemen’:

Aan de ene kant moeten de verenigingen aan mensen in armoede hun rechten leren kennen en hen helpen ook iets te doen met die rechten. Doorheen verschillende activiteiten en doorheen de dagelijkse werking, kunnen mensen in de verenigingen bijleren over hun rechten op inkomen, ouderschap, zorg, hulp, wonen, onderwijs, enz. Ze ondervinden dan dat ze greep kunnen hebben op hun eigen leven, dit in tegenstelling tot het overheersende gevoel dat alles hen overkomt.

Aan de andere kant is het nodig dat er in de hele samenleving kansen worden geboden, zodat mensen ook buiten de vereniging hun rechten kunnen uitoefenen. Hier hebben de verenigingen ook een taak: zij kunnen in de samenleving vechten voor gelijke rechten en kansen voor armen en niet-armen. Zo kunnen ze de voorwaarden helpen creëren in de samenleving zodat iedereen zijn rechten kan uitoefenen.
Het zijn de verenigingen die mee voor die rechten moeten opkomen, maar het waarmaken van de kansen, moet gebeuren door de instanties die ervoor bevoegd zijn (zoals justitie, OCMW, scholen, sociale woningbouwmaatschappijen, ...) en de samenleving als geheel die de rechten van armen moet leren respecteren en waarmaken.
Naast het streven naar gelijke rechten, kunnen de verenigingen initiatieven ondernemen om de mentaliteit en het denken over armoede te veranderen. Zo werken de verenigingen aan de voorwaarden die nodig zijn om je rechten te kunnen uitoefenen.

B. Waarom werken aan emancipatie van mensen in armoede?

Werken aan emancipatie van de mensen in armoede is eigenlijk werken aan gelijke rechten en gelijkwaardigheid van alle mensen. Iedereen heeft minstens het recht op een aantal basisvoorzieningen, zoals onderwijs, goede huisvesting, voedsel, een sociaal leven,...zodat hij zijn leven kan uitbouwen. Mensen die in armoede leven, hebben vaak te weinig middelen en kansen om aan deze basisbehoeften te voldoen. Bovendien kennen niet alle mensen die in armoede leven hun rechten. Daardoor kunnen ze er moeilijk voor vechten.

Als we een samenleving willen, waarin iedereen gelijkwaardig is, dan moet er iets gebeuren. Mensen moeten bewust worden gemaakt van de gelijkwaardigheid van alle mensen, en moeten gemotiveerd worden om hier ook voor te vechten. Op deze manier wordt gewerkt aan een bewustwording van eigenwaarde: als arme tel ik mee in de samenleving, ik heb iets te betekenen voor mezelf en de anderen. Arme mensen zelf moeten hun rechten leren kennen en verdedigen om sterker in hun schoenen te staan. Dan kan men anderen erop wijzen dat men respect verdient, dat iedereen de plicht heeft je in je rechten te respecteren en dat je gelijkwaardig bent aan anderen.

Het doel hiervan is dat armen en niet-armen gerespecteerd worden in hun rechten en gelijke kansen hebben in het leven, zodat er aan de schrijnende en aan de verdoken armoede iets kan worden gedaan.

C. Hoe werken aan emancipatie?

"Emanciperen kan je leren". Om deze uitspraak uit te leggen, hebben we het begrip ‘participatie’ nodig. Immers, emancipatie van mensen is pas mogelijk als mensen een volwaardige plaats krijgen, verantwoordelijkheid mogen opnemen en mee kunnen bepalen wat er rond hen gebeurt. De enige manier om te leren voor jezelf op te komen, is door het te (mogen) doen. En hierbij hebben we het begrip ‘participatie’ nodig.
Participatie van mensen in een vereniging wil niet alleen zeggen dat mensen hun gedacht mogen zeggen, maar dat zij ook mee beslissen in alles wat er in de vereniging gebeurt. Participatie en emancipatie kunnen daarom worden gezien als twee handen op één buik: wie niet mee mag beslissen, is eigenlijk niet helemaal gelijkwaardig, leert zijn rechten ook niet kennen en leert er niet voor te vechten.

Gelijkwaardigheid van armen en niet-armen moet dus starten in het klein: binnen de eigen vereniging moet de participatie van de armen centraal staan. Dit wil zeggen dat arme mensen in hun eigen vereniging meepraten en mee-denken. Door deze dialoog, worden kansen tot leren geschapen, want mensen leren beter dingen verwoorden en worden sterker.
En zo komen we opnieuw bij de uitspraak ‘emanciperen kan je leren’. Hiermee wordt dan bedoeld dat het mogelijk is om samen te werken aan de emancipatie van de deelnemers in een vereniging. Hiervoor kan men heel wat verschillende activiteiten organiseren. Zo zitten er bijvoorbeeld leermomenten in activiteiten waarin men aan de binnenkant en het zelfwaardegevoel van mensen aandacht schenkt, zoals met praatgroepen. Maar ook het werkproces in het kader van structurele activiteiten biedt kansen om het zelfwaardegevoel te verhogen, door een bijdrage te leveren aan de armoedebestrijding - voor zichzelf maar vooral ook voor andere armen, in solidartiteit. Of door verantwoordelijkheden op te nemen in de vereniging: praktisch, op het vlak van communicatie, of door vorming te geven.

Emancipatie van mensen in armoede is natuurlijk niet alleen binnen de verenigingen belangrijk. Alle ‘verenigingen waar armen het woord nemen’ proberen er ook op één of andere manier voor te zorgen dat mensen die leven in armoede ook in de samenleving worden gerespecteerd door overheden, diensten en organisaties en door alle mensen. Dit doet men op verschillende manieren:
 mogelijkheden scheppen om het isolement van arme mensen te doorbreken
 werken aan voorwaarden die nodig zijn zodat armen hun rechten kunnen uitoefenen: mogelijkheden scheppen tot inspraak (bijvoorbeeld de Algemene Vergadering van het Vlaams Forum Armoedebestrijding, het beklemtonen van de rechten van arme mensen bij de overheid i.v.m. een bepaald thema,...).
 werken aan een verandering van de mentaliteit in het denken over armoede. Dit moet ten goede komen van de maatschappelijke positie van armen. Mensen in armoede moeten ‘gezien’ worden èn ze moeten gezien worden als gelijkwaardig, als mensen die net evenveel waard zijn als alle andere mensen.
 door netwerken en samenwerkingsverbanden uit te bouwen. Hier bedoelen we dat een vereniging in zijn geheel ‘emancipeert’ of ‘sterker’ staat door samen te werken met andere verenigingen, diensten, organisaties en de overheden. Ze heeft dan meer slagkracht om de rechten van mensen in armoede mee te verdedigen.

4. Werken aan maatschappelijke structuren

De inhoud van het criterium volgens het decreet:

Zij stimuleren de betrokkenheid van armen bij het beleid en de evaluatie van de maatschappelijke structuren en de rechtstreekse contacten tussen de armen en de verantwoordelijken in de samenleving.

Wat houdt deze definitie nu in ?

A. Wat is werken aan maatschappelijke structuren?

De maatschappij is op een bepaalde manier gestructureerd. Dat wil zeggen dat mensen een bepaalde plaats hebben en een bepaalde rol spelen in de maatschappij en dat er bepaalde normen, regels, wetten en gewoonten bestaan in verband met wonen, werken, gezondheid,…
Die algemene gang van zaken zorgt ervoor dat de samenleving overzichtelijk en ordelijk blijft. Structuren leiden het samenleven in goede banen, of dat zou althans zo moeten zijn … Maar er zijn ook slechte structuren of ontbrekende structuren. Dat leidt er mede toe dat armoede ontstaat, dat armen van bepaalde domeinen in de samenleving uitgesloten worden, dat armoede blijft bestaan.

Wanneer men werkt aan de maatschappelijke structuren, probeert men hieraan iets te doen. Als groep evalueert men in een vereniging de structuren van de maatschappij. Dit wil zeggen dat men in de vereniging werkt rond zaken die het armen moeilijk maken en nagaat in welke mate de organisatie van de samenleving, van de hulpverlening, en van het beleid daarin een rol spelen. Men legt de knelpunten binnen de ‘maatschappelijke structuren’ bloot en doet voorstellen die tot verbetering van de situatie leiden. Met andere woorden: men duidt aan waar en hoe het beter kan.
Men spreekt er niet enkel over in de vereniging, maar zorgt er ook voor dat de resultaten van de gesprekken aan de verantwoordelijken van de samenleving worden overgebracht, of dat deze laatsten deelnemen aan de gesprekken. Een volgende stap is dat de woorden omgezet worden in daden. Dit is echter niet gemakkelijk.

B. Wie moet werken aan maatschappelijke structuren?

Werken aan de maatschappij is heel moeilijk als je alleen staat. Daarom is dit iets dat door de hele vereniging moet gebeuren. Dit betekent dat zowel armen als niet-armen in de vereniging de handen uit de mouwen moeten steken.
Armen, omdat zij diegenen zijn die de knelpunten in de samenleving het best ondervinden; zij weten het beste wat er mank loopt.
Niet-armen, omdat zij soms meer informatie kunnen geven over hoe het beleid in elkaar zit en welke toepassing dit heeft op het dagelijkse leven.
‘Samen’ is hier dus het sleutelwoord !

Ook buiten de vereniging zijn mensen nodig die mee willen werken. Enerzijds denken we dan aan beleidsmensen (gemeenteraadsleden, parlementsleden, burgemeesters, ministers, bestuurders van organisaties, enz.). Zij moeten openstaan voor de voorstellen van de verenigingen en de veranderingen proberen door te voeren.
Anderzijds mogen we de mening van de ‘man in de straat’ niet vergeten. Zolang armen in de publieke opinie uitgesloten blijven, kunnen zij weinig bereiken. Om echt iets aan maatschappelijke structuren te veranderen, is een mentaliteitsverandering nodig. Mensen moeten zich bewust worden van wat armoede is, en hoe het ontstaat, zodat ze armen als gelijkwaardig gaan respecteren.

C. Wat is het doel van het werken aan maatschappelijke structuren?

Eén doel van het werken aan de structuren in de maatschappij is – zoals reeds gezegd werd – het teweeg brengen van een mentaliteitsverandering in de samenleving. Zowel armen als niet-armen moeten beseffen dat het een meerwaarde betekent dat armen betrokken zijn bij het beleid. Het samenwerken is positief omdat armen over specifieke ervaring en ervaringsdeskundigheid - ook expertise genoemd - beschikken. Het beleid moet daarom de armen zelf betrekken om hen beter te begrijpen. Maar louter de ‘aanwezigheid’ van armen is niet voldoende ! Het beleid moet ook bereid zijn tot aanpassing van het beleid aan de noden van de armen.

We hebben reeds een aantal keer benadrukt dat participatie van armen en overleg belangrijk zijn. We mogen echter niet vergeten dat het uiteindelijke doel is om die woorden om te zetten in daden.
Het uiteindelijke doel van het werken aan maatschappelijke structuren, is het bestrijden van armoede. Dit kan via het veranderen van bepaalde structuren binnen de maatschappij. Op lange termijn moet niet alleen de situatie van de enkeling veranderen, maar armoede als fenomeen moet verdwijnen.

D. Hoe kan men in een vereniging werken aan maatschappelijke structuren?

Wat betreft de beeldvorming rond ‘armoede’ spelen de media vaak een belangrijke rol. Vaak worden armen enkel in negatieve zin in de kijker geplaatst (bv. wanneer ze op straat worden gezet, bij slechte staat van woning, enz.). Wil er een mentaliteitsverandering komen, zullen ook de media hierin een belangrijke taak te vervullen hebben. De media moeten armen meer als mondige mensen laten zien, als mensen die iets te bieden hebben. De rol van de media ligt er in de juiste informatie te verstrekken, vooroordelen op te helderen, solidariteit te versterken,… Het kan een taak zijn van verenigingen waar armen het woord nemen om de media attent te maken op deze rol.

Dit is echter niet de enige manier. Ook via ‘participatie van armen aan het beleid’ moet hieraan gewerkt worden. Laten we daar wat dieper op ingaan.

  • We gaven reeds aan dat ‘participatie’ in de vereniging zelf moet beginnen. Mensen in armoede moeten niet vrijblijvend betrokken worden bij het beleid van de eigen organisatie; ze moeten ook de kans krijgen om het mee te bepalen. Zij moeten de kans krijgen om zelf verantwoordelijkheden op te nemen in het beheer van hun vereniging.

  • Daarnaast moeten armen de kans krijgen te participeren op alle beleidsniveaus (nationaal, provinciaal, regionaal,…) en bij alle beleidsinstanties ( economie, cultuur, onderwijs,…).
    Men moet komen tot een driehoeksoverleg. Dit wil zeggen dat drie partijen samen moeten streven naar een betere samenleving. In het geval van de armoedebestrijding is dit
     de overheid: het gaat hier in de eerste plaats om de bevoegde Vlaamse en federale ministers. Maar het gaat ook om alle andere federale en Vlaamse ministers omdat armoede een thema is dat te maken heeft met álle maatschappelijke sectoren. Men zou in iedere wetgeving rekening moeten houden met de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Naast de ministers behoren ook alle parlementen, provincieraden, gemeenteraden, en ook de gerechtelijke en uitvoerende organen tot de overheid.
     diensten en organisaties - zowel publieke als private - die een actieve rol kunnen spelen bij het bestrijden van de armoede door de diensten of ondersteuning die zij zouden moeten bieden (welzijnssector, dienstverlening, onderwijs, justitie….)
     mensen in armoede via hun verenigingen

In dat driehoeksoverleg moeten de maatschappelijke structuren en de beleving van armoede inzichtelijk gemaakt en/of geëvalueerd worden. Werken volgens de dialoogmethode en rechtstreekse contacten tussen de partijen zijn hierbij aangewezen.

Deze samenwerking met overheden en allerhande organisaties vraagt wel een aangepaste werkvorm. Organisaties, diensten en overheden praten immers vaak in abstracte, hoogdravende taal. Ze moeten leren zich op zo’n manier uit te drukken dat iedereen hen kan begrijpen. Ze moeten inspanningen leveren om hun werking en diensten op een begrijpbare manier te laten kennen. Bovendien moeten armen mee de inhoud, snelheid en werkwijze in het werken aan maatschappelijke structuren kunnen bepalen.

Bij het werken aan maatschappelijke structuren is het heel belangrijk om netwerken en samenwerkingsverbanden uit te bouwen. Zoals reeds eerder aangegeven, is werken aan maatschappelijke structuren heel moeilijk als je alleen staat. Daarom is het nodig dat krachten worden gebundeld, niet alleen binnen de vereniging, maar ook erbuiten. Als vereniging waar armen het woord nemen kan men in de strijd tegen armoede best samenwerken met gelijkaardige verenigingen, met andere organisaties, met partners uit het werkveld enz. Samen staat men sterker. De stem wordt krachtiger en maakt zo meer kans om gehoord te worden.

5. Dialoog en vorming

De inhoud van het criterium volgens het decreet:

Zij streven solidariteit na tussen de armen en de samenleving. Daartoe organiseren zij vormingsactiviteiten en zoeken actief partners in de samenleving om kennis over armoede, vanuit de ervaring van de armen, uit te wisselen en misverstanden, vooroordelen en uitsluitingsgedrag bloot te leggen.

Wat houdt deze definitie nu in ?

A. Wat bedoelen we met de begrippen solidariteit, dialoog en vorming?

Solidariteit
Het criterium ‘dialoog en vorming’ legt een grote nadruk op het belang van solidariteit. Solidair zijn betekent volgens Van Daele “elkaar trouw zijn, eensgezind zijn”. Solidariteit houdt in dat men een zekere verbondenheid nastreeft tussen mensen. Als men in het kader van de verenigingen spreekt over solidariteit, gaat dit niet alleen over verbondenheid tussen armen onderling, maar ook over solidariteit tussen armen en niet-armen:

  • mensen die met armen samenwerken in de verenigingen
  • diensten en instellingen
  • overheden
  • de gehele samenleving.

Dialoog
Om die verbondenheid waar te kunnen maken, moet actief naar partners worden gezocht in de samenleving om kennis over armoede vanuit de ervaring van de armen uit te wisselen. Door met elkaar in contact te komen en van gedachten te wisselen, kortom in dialoog te treden, kunnen misverstanden, vooroordelen en uitsluitingsgedrag worden blootgelegd. Vandaar het woord ‘dialoog’ in het criterium. Door een dialoog aan te gaan met diensten, instellingen, overheden en met de hele samenleving, proberen de verenigingen ervoor te zorgen dat iedereen meer opkomt voor het respect en de gelijkwaardigheid van mensen die in armoede leven.

Wij zien ‘dialoog’ als een gesprek waarbij iedereen zijn mening mag zeggen en waarbij iedereen luistert naar de anderen en naar alle kanten van hun verhaal. Dit geldt dan zowel langs de kant van de armen, als van de kant van de niet-armen. De dialoog is dan een gebeuren waarbij zowel armen als niet-armen actief deelnemen aan de uitwisseling.
Toch moet men voor ogen houden dat dé dialoog niet bestaat. Een dialoog kan heel veel verschillende soorten resultaten hebben. Het kan opluchten, verrijken, leiden tot een oplossing voor een probleem, maar ook tot beleidsvoorstellen naar de overheid toe en tot mentaliteitsverandering bij een hele groep of bij de samenleving als geheel.
Vorming
Dialoog zorgt ervoor dat mensen van elkaar leren en elkaar beter gaan begrijpen, waardoor ze meer solidair kunnen zijn met elkaar. Als mensen op die manier van elkaar leren, kunnen we spreken van vorming. Daarnaast kunnen vormingsaktiviteiten doelbewust georganiseerd worden. Het woord ‘vorming’ in het criterium heeft zowel de betekenis van spontaan leren van elkaar, als van deelnemen aan een vormingsactiviteit.
Vorming is altijd een proces in een persoon waarbij deze persoon zichzelf en zijn situatie beter gaat begrijpen. Dit leidt ertoe dat hij zijn situatie en de context waarin die geplaatst is, kritisch kan bekijken en er eventueel bewust iets aan kan veranderen.

Dat de verenigingen aan vorming willen doen, houdt voor hen een dubbele opdracht in.

  • Aan de ene kant willen ze niet-armen kennis bijbrengen over armoede, en hun begrip van en hun solidariteit met de armen bevorderen.
  • Aan de andere kant houden de verenigingen zich bezig met vorming binnen de vereniging, aan de armen zelf. In de verenigingen omvat vorming aan mensen in armoede meerdere aspecten.
     Mensen leren er over armoede en de oorzaken ervan, met als doel de eigen situatie en die van mensen met gelijkaardige problemen beter te begrijpen.
     Mensen leren een aantal vaardigheden en houdingen doordat zij verantwoordelijkheden en taken opnemen in hun vereniging (vb. spreken in groep, een verslag schrijven,...).
     Mensen leren ook een aantal praktische zaken, die nodig zijn om het eigen leven beter te kunnen organiseren, om sterker in je schoenen te staan en om eventueel ook anderen verder te helpen (vb. hoe moet je formulieren invullen, waar kan ik terecht voor een bepaald probleem,...)
     Inzicht in maatschappelijke structuren, wetgeving rond een specifiek thema, organisatie van de hulpverlening

Deze vorming wordt meestal niet voorzien in afgebakende blokken maar is een voortdurend onderdeel van het proces in de groepswerking. In de bespreking van ervaringen rond een thema komt aan bod hoe de samenleving problemen creëert, hoe problemen onderling samenhangen en mekaar oproepen of versterken. Als men aan een project werkt, worden taken opgenomen, neemt men deel aan contacten met diensten of is men aanwezig op overlegvergaderingen. Door een thema grondig aan te pakken krijgt men achtergrondinformatie en krijgt men zicht op de verschillende partijen die bij dit thema betrokken zijn;
Verwantschap tussen de begrippen
Eigenlijk zijn de begrippen solidariteit, vorming en dialoog sterk aan elkaar verwant. Een vormingsactiviteit kan niet zonder dialoog. Mensen leren immers door met elkaar te praten en in confrontatie te gaan. Daarenboven is solidariteit iets wat men kan leren. Mensen kunnen pas solidair zijn met anderen, als ze die anderen (in een dialoog) leren kennen als gelijkwaardig, en vorming in en door de verenigingen is dan ook vaak gericht op het bevorderen van die solidariteit.

B. Het doel van dialoog en vorming

Dialoog en vorming heeft te maken met leren. Leren in de zin van samen spreken, zoeken, denken, ervaringen uitwisselen, tonen hoe het kan, oplossingen vinden, enz. Leren met elkaar en van elkaar dus, met als doel zowel armen als niet-armen bewust te maken dat armoede iets is dat het gevolg is van allerlei mechanismen in de samenleving (en dus niet iemands persoonlijke schuld) en dat armoede bestrijden daarom een zaak is van algemeen belang.

In de formulering van dit criterium volgens het decreet, komt duidelijk naar voren dat het belangrijk is om als vereniging niet alleen binnen de vereniging zelf te werken, maar dat we ook samen - in solidariteit met elkaar - het beleid, de hulpverleningsdiensten en de samenleving moeten blijven wakker schudden, opdat verandering mogelijk wordt. Door op een intensieve manier in dialoog te gaan met alle betrokken partners (armen, overheden, diensten, mensen uit de samenleving) proberen de verenigingen op te roepen tot solidariteit en partnerschap in de strijd tegen de armoede.
Alleen door in dialoog te gaan, kunnen de bestaande misverstanden, vooroordelen en uitsluitingsgedrag in de samenleving worden tegengegaan.
Het doel van dialoog en vorming is uiteindelijk dat de gelijkwaardigheid van arme mensen gerespecteerd wordt en echte participatie mogelijk wordt. Alleen dan kan aan de structurele oorzaken van armoede gewerkt worden, omdat alleen dan ook de stem van armen in het beleid wordt gehoord, en er echte verandering kan komen. De ervaring van armen zelf, is immers noodzakelijk om armoede in onze samenleving echt te begrijpen en te verhelpen.

C. Hoe kunnen vorming en dialoog worden opgezet zodat ze bijdragen tot solidariteit tussen armen en niet-armen?

Vorming kan ervoor zorgen dat mensen in armoede zichzelf en hun situatie beter leren begrijpen. Vormingsactiviteiten zijn ook een middel om kennis over armoede te verspreiden naar niet-armen toe. Deze kennis kan leiden tot het beter begrijpen van mensen die in armoede leven. Als mensen elkaar beter begrijpen, kan solidariteit tot stand komen.

In vormingsmomenten tussen armen en niet-armen moet dialoog centraal staan. Dialoog is een basisprincipe dat in de verenigingen gebruikt wordt om ontmoeting en overleg mogelijk te maken tussen personen die over kennis en ervaringen van heel verschillende aard en van verschillende oorsprong beschikken. De mensen die op die manier met elkaar in dialoog treden, moeten gezien worden als partners, al hebben ze elk een eigen soort kennis:

  • Armen hebben elk kennis uit hun eigen leven: levenservaring, die verschilt van persoon tot persoon
  • Academici hebben theoretische, geformaliseerde kennis
  • Werkers, sociaal-pedagogen,... hebben kennis van het werkveld
  • Overheden hebben kennis over beleidsaangelegenheden, ...
    Dialoog is noodzakelijk om deze kennis te kunnen uit wisselen en te vergelijken, ondanks de grote verschillen tussen de ervaringen van die mensen. Door dialoog wordt het mogelijk andere, nieuwe kennis op te bouwen door de kruising van verschillende soorten kennis.
    Een dialoog tussen deze verschillende partners houdt een verrijking in voor alle partijen. Deze uitwisseling van kennis en ervaringen veronderstelt wel steeds respect, evenwaardigheid, partnerschap en solidariteit, zodat alle mogelijke uitgangspunten en noden bespreekbaar worden.

6. Armen blijven zoeken

De inhoud van het criterium volgens het decreet:

De verenigingen moeten een actieve openheid ten toon spreiden naar andere mensen, waarbij men een extra inspanning doet voor de meest geïsoleerde armen.

Wat houdt deze definitie nu in ?

A. Wat betekent ‘actieve openheid’?

Een ‘open’ vereniging is in de eerste plaats een gastvrije vereniging, die mensen uitnodigt en op hun gemak stelt. Door het organiseren van laagdrempelige activiteiten en door een gezellige, open sfeer, durven ook nieuwe mensen langskomen en voelen mensen zich er al gauw op hun gemak. In zo'n vereniging staat de deur eigenlijk altijd open voor iedereen en wordt er tijd genomen voor de nieuwe mensen in de vereniging. Ook mensen die er al wat langer zijn, probeert men in een open vereniging (steeds opnieuw) te betrekken bij de werking.
Open en gastvrij zijn als ‘vereniging waar armen het woord nemen’ moet op elk moment een belangrijk aandachtspunt blijven. Dit is nodig, zowel om nieuwe armen te bereiken, als om de vrijwilligers binnen de vereniging te kunnen blijven betrekken bij de werking.

Het woord ‘actief’ in actieve openheid wil zeggen dat het om meer gaat dan deze open sfeer en gastvrijheid. Mensen van de organisatie gaan actief op zoek naar andere armen die met dezelfde moeilijkheden zitten om hen ook te bereiken en een plaats te geven binnen de vereniging.
Het is nodig om bewust en steeds opnieuw inspanningen te doen om naar armen toe te stappen en hen uit te nodigen om aan één of meer activiteiten van de vereniging deel te nemen.
Dit ‘deelnemen’ hoeft immers niet voor iedereen hetzelfde te betekenen. Er zijn verschillende gradaties terug te vinden:

  • van soms tot bijna altijd aan de activiteiten deelnemen
  • van aanwezig zijn tot actief het verloop van de activiteiten bepalen
  • alleen komen of samen met anderen

  • Om mensen actief uit te nodigen moet elk met zijn wens tot deelname aan bod kunnen komen zonder zich meteen verplicht te voelen tot een welbepaalde manier van deelnemen.

B. Wie zijn de armen die moeten worden gezocht?

Als een vereniging op een actieve manier open moet zijn naar anderen, dan bedoelt men met die anderen vooral andere mensen die leven in armoede. Het gaat hier dan zowel om mensen die al in de vereniging meedoen (en die bijvoorbeeld plots niet meer komen), als om nieuwe mensen.
Voor de allerarmsten moeten extra inspanningen worden gedaan, omdat zij dikwijls erg geïsoleerd zijn en moeilijker kunnen worden bereikt. Daarom dat veel verenigingen en ook het decreet en het Vlaams Netwerk er de nadruk op leggen dat de allerarmsten zeker niet mogen vergeten worden en dat er actief naar hen moet worden gezocht.

C. Waarom is ‘armen blijven zoeken’ nodig in de verenigingen?

Waarom is ‘armen blijven zoeken’ één van de zes criteria? De meeste mensen in de verenigingen zijn ervan overtuigd dat de werking ervan heel waardevol is en ook andere mensen die in dezelfde omstandigheden leven het recht hebben erbij te horen. Maar voor mensen die erg uitgesloten zijn van een sociaal leven is het vaak moeilijk om de stap naar de verenigingen te zetten. Vaak weten ze niet van het bestaan van de vereniging in hun buurt af, of durven ze zelf niet de eerste stap naar de vereniging zetten. Het kan ook zijn dat ze niet weten wat een vereniging hen kan bieden en wat zij in een vereniging zouden kunnen betekenen voor anderen.
Bovendien is het zo, dat hoe meer mensen meedoen met de werking van de verenigingen, hoe sterker de stem van de arme mensen wordt en hoe meer de verenigingen kunnen bereiken in de strijd tegen de armoede.

Om deze redenen gaan armen en niet-armen die nu tot de verenigingen behoren nieuwe mensen proberen te betrekken bij hun vereniging. Zo krijgen meer mensen, en ook de allerarmste mensen en meest geïsoleerde mensen de kans om mee te doen aan de werking van de ‘verenigingen waar armen het woord nemen’.
D. Hoe kunnen verenigingen armen blijven zoeken?

Een vereniging kan op verschillende manieren proberen te voldoen aan het criterium ‘armen blijven zoeken’.

  • door het organiseren van allerlei activiteiten die voor iedereen gemakkelijk toegankelijk zijn en waaraan iedereen mag meedoen. Deze activiteiten betekenen voor veel mensen een eerste stap naar een ‘vereniging waar armen het woord nemen’. Zo komen nieuwe mensen wel eens in een vereniging terecht, nadat ze in het sociaal restaurant van de vereniging zijn komen eten.

  • door een beroep te doen op netwerken van armen die reeds in de vereniging meedoen. Als mensen voor het eerst in een ‘vereniging waar armen het woord nemen’ komen, dan is dat vaak doordat buren, vrienden of familieleden erover verteld hebben of hen hebben meegevraagd. Op deze manier zijn het vaak de arme mensen uit de organisatie zelf die ervoor zorgen dat arme mensen de weg naar de ‘verenigingen waar armen het woord nemen’ kunnen vinden.
    Het netwerk van arme mensen is echter niet altijd even stabiel en omvangrijk. Sommige arme mensen hebben nog maar weinig mensen bij wie ze terecht kunnen met hun problemen. Vooral de armste en meest uitgesloten mensen zijn niet zo gemakkelijk te bereiken via ‘mond-tot-mond reclame’.

  • door een beroep te doen op samenwerkingsverbanden. Door samen te werken met diensten en organisaties die met arme mensen in contact komen zoals OCMW, Centra voor Algemeen Welzijnswerk, huisartsen, verpleegkundigen van Kind en Gezin, scholen,…. kan de vereniging armen op het spoor komen die nog niet weten van het bestaan van verenigingen waar armen het woord nemen of de stap niet durven zetten naar deze verenigingen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief


Volg ons

Steun ons nu

Uw steun helpt mensen om een toekomst uit te bouwen en de strijd aan te binden met armoede en sociale uitsluiting. Help mensen in armoede zichzelf te helpen.

Steun ons
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikersgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord.  Lees meer.